Fantasie vs. Realiteit
Over de dunne lijn tussen fantasie en werkelijkheid, en hoe McDD ervoor zorgt dat die grens soms vervaagt.
Iedereen dagdroomt weleens. Maar wat als de grens tussen wat je voelt en wat er echt gebeurt niet altijd even helder is? Voor mij is dat geen retorische vraag. Het is iets waar ik dagelijks mee leef.
De wereld in je hoofd
Mijn gedachten hebben de neiging om een eigen leven te gaan leiden. Een simpele situatie, een blik van een collega of een stilte in een gesprek, kan in mijn hoofd uitgroeien tot een heel scenario. Soms ben ik er zo van overtuigd dat iemand boos op me is, dat ik er pas later achterkom dat er helemaal niets aan de hand was.
Dat is het lastige aan McDD: je verstand vertelt je dingen die niet kloppen, maar ze voelen volkomen echt.
Wanneer fantasie beschermt
Fantasie is niet altijd de vijand. Als kind was mijn verbeelding een veilige plek. De echte wereld was overweldigend, te veel prikkels, te veel emoties die ik niet kon plaatsen. In mijn hoofd had ik controle. Daar kon ik situaties herschrijven, mensen begrijpelijker maken en de chaos buitensluiten.
Dat patroon verdwijnt niet zomaar als je volwassen wordt. Het verandert alleen van vorm.
De valkuil van overanalyse
Een van de manieren waarop fantasie en realiteit door elkaar lopen, is piekeren. Ik kan uren bezig zijn met het reconstrueren van een gesprek:
- Wat bedoelde die persoon precies?
- Had ik iets anders moeten zeggen?
- Denken ze nu negatief over mij?
Het voelt als nadenken, maar het is eigenlijk fantaseren. Ik vul de lege ruimtes in met aannames die nergens op gebaseerd zijn. En voor ik het weet, reageer ik op een werkelijkheid die alleen in mijn hoofd bestaat.
Ankerpunten zoeken
In de loop der jaren heb ik geleerd om mezelf te toetsen. Niet omdat ik mijn eigen beleving wantrouw, maar omdat ik weet dat mijn brein soms een omweg neemt. Een paar dingen die mij helpen:
- Hardop uitspreken: als ik een gedachte deel met iemand die ik vertrouw, merk ik vaak pas hoe onrealistisch die is
- Opschrijven: gedachten op papier zien er anders uit dan in je hoofd
- De feiten checken: wat weet ik zeker, en wat vul ik in?
- Tijd nemen: niet meteen reageren op het eerste gevoel
Het klinkt simpel, maar het vraagt oefening. En eerlijk gezegd lukt het lang niet altijd.
Geen zwakte, wel een uitdaging
Ik heb lang gedacht dat dit een zwakte was, dat ik de wereld niet goed genoeg kon lezen. Maar inmiddels zie ik het anders. Mijn verbeeldingskracht is ook een kracht. Het maakt me empathisch, creatief, en in staat om dingen vanuit onverwachte hoeken te bekijken.
Maar er is ook een andere kant. Wanneer fantasie samenkomt met kennis, ontstaat er iets wat ik nergens anders tegenkom. Ik kan complexe problemen overzien vanuit een gevoel dat ik niet goed kan uitleggen. Het is alsof ik niet stap voor stap naar een oplossing toe werk, maar alle puzzelstukken tegelijk zie. Mijn verbeelding legt verbanden die er op papier niet zouden zijn, maar in de praktijk wél werken.
Dat is misschien wel het meest bijzondere. Juist omdat mijn gedachten niet de gebruikelijke route volgen, kom ik uit bij oplossingen die anderen niet zien aankomen. Niet ondanks mijn fantasie, maar dankzij.
Dat levert wel iets op wat anderen als radicaal ervaren. Want wanneer ik iets zie, kan ik het vaak onderbouwen. De literatuur is er. De feiten zijn er. Maar mensen willen er niet altijd in meegaan. Niet omdat het niet klopt, maar omdat het hun eigen fouten blootlegt. Het is makkelijker om iemand als te eigenwijs of te vergaand te bestempelen dan om onder ogen te zien dat er iets over het hoofd is gezien. Dat maakt het soms eenzaam, maar het verandert niets aan wat ik zie.
De uitdaging zit hem in het onderscheid leren maken. Niet om mijn fantasie uit te schakelen, maar om te herkennen wanneer die het overneemt en wanneer die juist de sleutel is.
"De werkelijkheid is niet altijd wat je voelt. Maar wat je voelt is wel altijd echt."
Herkenbaar?
Als je dit leest en denkt: dit ken ik, dan wil ik dat je weet dat je niet de enige bent. De grens tussen fantasie en realiteit is voor veel mensen met McDD een dagelijkse worsteling. En het feit dat je het herkent, is al een vorm van zelfinzicht.
Daar begint het mee.